Spoorloos: seks en drugs

© Ilias Teirlinck

Van overal ter wereld zakken fans af naar Londen voor Exhibitionism: The Rolling Stones, dé tentoonstelling van het jaar in Saatchi Gallery. Jana Antonissen, 23 jaar oud, neemt de trein en vraagt zich af what the fuss is all about.

 

“I’ve been walking Central Park

Singing after dark

People think I’m crazy”

 

Ik ben zeventien jaar en voor het eerst verliefd. Mijn oudere vriendje, dat al wat meer muziekgeschiedenis heeft opgeslorpt dan ik, laat me door zijn koptelefoon luisteren naar Miss You van The Rolling Stones. Languit liggend in het park kruipt een stralende lentedag langzaam aan ons voorbij. We zijn jong en moeten nergens heen, dus blijven we liggen.

Drie jaar later, met mijn eerste gebroken hart op zak, luister ik opnieuw naar het nummer.

 

“I’ve been holding out so long

I’ve been sleeping all alone

Lord I miss you

Oooh oooh oooh oooh oooh oooh oooh”

 

Plots krijgen de kreetjes een andere betekenis, begrijp ik waarom Mick Jaggers stem overslaat. Mijn eerste herinnering aan de Stones is er eentje met een bittere nasmaak.

Later zag ik hen op TW Classic. Ik had een vrijkaart gekregen. Mijn nieuwe sneakers zakten weg in de modder, rond mij dronken kalende mannen bier uit plastic bekertjes, en ik stond zo ver van het podium dat Mick Jagger (72) niet meer dan een glinsterend paars vlekje op mijn netvlies was.

De Stones, dat is voor mij een goede, maar grijs gedraaide plaat die ondanks de ruis telkens opnieuw opgelegd wordt; vergane glorie met een wrang kantje.

 

Ziekelijk

 

Bij wijze van sociaal experiment besluit de krant dat ik met mijn 23 lentes en beperkte voorliefde voor de band de geknipte persoon ben om een kijkje te gaan nemen op Exhibitionism: The Rolling Stones, de overzichtsexpo die deze week de deuren opende in de Saatchi Gallery in Londen.

We zijn Het Kanaal nog niet over of ik spot in mijn treincoupé een man die duidelijk dezelfde eindbestemming heeft als ik. Luc Van der Hoeven (53) draagt een T-shirt met daarop de bekende rode mond met uitgestoken tong. Ook rond zijn polsen en om zijn heupen is het logo van de Stones terug te vinden. Over zijn schouders een afgesleten leren jekker, in zijn warrige haar een grote zonnebril. Luc werkt overdag als bediende bij de NMBS en is in zijn vrije tijd gepassioneerd voorzitter van Sticky Fingers, de Belgische fanclub van de Stones die “begin jaren negentig” zo’n zeshonderd leden telde.

Niet toevallig deelt hij zijn geboortejaar met dat van zijn lievelingsband: 1962. Zijn toewijding aan de band gaat ver, heel ver. Hij toont me op zijn fototoestel de laatste aanwinst uit zijn verzameling: een wc-bril met het tong-logo. “Ik moet gewoon alles van de Stones hebben. Sommige mensen vinden dat ziekelijk”, zegt Luc. Hij haalt zijn schouders op.

In totaal moet hij al zo’n 130 Stones-concerten hebben bijgewoond. Ik vraag hem of hij het niet beu wordt altijd weer dezelfde hits te moeten horen. Hij zegt dat het volk dat verwacht, hem gaat het meer om de totaalbeleving.

Luc is het klassieke voorbeeld van de Stones-adept: het type fan dat de achterban van de Stones domineert, hun portefeuilles wellicht de reden dat de oude rockers hun act blijven opvoeren.

Zo kocht hij voor 63 pond, omgerekend 78 euro, een vipticket waarmee hij de lange rijen aan de ingang mag overslaan. Een beetje zoals in Disneyland, denk ik. Hij zegt het hardop.

Toch neemt hij het zijn favoriete band niet kwalijk dat ze langs de kassa blijven passeren. “Ik moet toch ook betalen voor mijn pintjes terwijl die gasten van AB InBev al lang binnen zijn?”

Gisterenavond werd Exhibitionism feestelijk geopend met een gala-avond waarop alle Britse socialites verzamelden. The Daily Mail bracht een uitgebreide fotoreeks van de rockers terwijl ze de massaal toegestroomde fans groeten, daarna poserend met een van hun vele kinderen of vrouwen. Zo accentueerde de aanwezigheid van dochter Georgia May de doorhangende huidplooien in Mick Jaggers gezicht, waardoor zijn grote mond nog meer plaats leek in te nemen dan anders.

Ron Wood (68) hield zijn grote zonnebril aan terwijl hij met zijn hoogzwangere, drie decennia jongere vrouw Sally Wood op de foto ging. Nadat Sally eerder al stief(groot)moeder werd via zijn vier kinderen uit een vorig huwelijk, wordt ze nu ook moeder van zijn allicht laatste kind.

 

Verkeerd tijdperk

 

Aan het begin van de expo zijn de jongens van The Rolling Stones ongeveer even oud als ik. Een kamer van kop tot teen bekleed met schermen toont krakende concertbeelden uit hun beginjaren. Dit is hoe de Stones bedoeld zijn; topnummers als ‘Angie’, ‘Paint It Black’ en ‘Satisfaction’ hun essentie. De heupbewegingen van Mick Jagger in strakke broek met breed uitlopende pijpen doen vermoeden dat de term swinging sixties persoonlijk op hem geïnspireerd is. Meisjes werpen zich gillend voor zijn voeten, en ik kan hen geen ongelijk geven.

Wanneer ik mijn blik losscheur van het scherm, ben ik even in de war. Naast mij staat een jongen die zo uit de archiefbeelden lijkt te komen. Henry Kitcher (20) uit Londen heeft hetzelfde seventieskapsel als Mick Jagger, draagt een veiligheidsspeld door zijn oor en laat zijn afgeknipte jeans breed uitlopen. Ik twijfel er niet aan dat hij met zijn ingetogen cool dezelfde uitwerking heeft op meisjes.

“Mijn ouders hebben mij opgevoed met The Rolling Stones. Ik luister eigenlijk alleen maar naar muziek van de jaren 60 en 70. Alle bands die later komen, lieten zich door hen inspireren”, vertelt Henry.

Vindt hij het vervelend dat hij in het verkeerde tijdperk geboren is? “Nee, want nu beschik ik over heel het oeuvre. Toen had ik telkens moeten wachten tot er een nieuwe plaat uitkwam, stel je voor.”

Henry is het type fan dat hier is voor de muziek; de hipster die zijn klassiekers kent. Zoals hij lopen er nog een aantal rond. Ik herken ze aan hun doordachte outfits – cool, maar niet afgeborsteld – en het jeugdige enthousiasme waarmee ze originele platenhoezen bestuderen, basversterkers en opnameapparatuur bewonderen.

Mij doen de dure gitaren achter glas weinig. Het is niet omdat Keith Richards (72) of Ron Wood deze instrumenten ooit hebben aangeraakt dat ze meer zijn dan gewoon dat: instrumenten. Maar ik ken er dan ook helemaal niets van. Ik gaf de muziekschool al op na die ene les notenleer waarbij ik er niet in slaagde op het juiste moment in mijn handen te klappen.

 

Enige inkijk

 

Dan speel ik liever wat met de digitale mengpanelen waarmee je zelf Rolling Stones-hits kunt mixen. Vanzelfsprekend kies ik voor ‘Miss You’. Ik dim Jaggers stem en de bas, haal de falset backing vocals en elektrische piano naar voren en voorzie mijn zuurzoete herinnering van wat extra melodrama. “Oooh oooh oooh oooh oooh oooh oooh.”

Naast mij staat Roger Hyde (74). Mick Jagger woonde vroeger bij hem om de hoek. Hij vraagt me of ik fan ben. “Valt wel mee”, zeg ik voorzichtig. Naar welke bands ik dan luister, wil hij weten. Ik wil hem uitleggen dat het voor mij eerder om het geluid draait dan om bepaalde bands, maar hij is me voor. “Geef nu toe, die moderne muziek… dat is het toch niet.”

Dat is natuurlijk ook een aparte categorie onder de Stones-fans: de mensen die alles dat na 1980 uitgevonden werd als modern en dus “minder goed dan vroeger” beschouwen.

Van om de hoek komt een misselijkmakend muffe geur me tegemoet. Ik vraag me af of iemand het loodje heeft gelegd, maar de stank is afkomstig uit de replica van de flat op Edith Grove die Mick, Keith, Brian Jones (1942-1969) en Charlie Watts (74) deelden tijdens de zomer van 1962. Elke vierkante centimeter van de nagebouwde keuken is bedekt met vuile afwas, sigarettenpeuken en beschimmelde bierflesjes – de inrichting van een doorsnee studentenkot in Leuven. De nepstank moet het ruige kantje van de jonge Stones benadrukken, de opgehoopte afwas hun rebellie.

Het is de enige inkijk die Exhibitionism biedt in het persoonlijke leven van de bandleden. De tentoonstelling is duidelijk gewijd aan het merk The Rolling Stones, niet de mensen. En dat is een serieuze tekortkoming, want rock-’n-roll draait toch om groots en meeslepend leven? Waar zijn de wilde uitspattingen, de drank en drugs, de vrouwen en de vetes? Keith Richards zou een bloedtransfusie ondergaan hebben om van zijn heroïneverslaving af te geraken, en Mick Jaggers laatste vriendin L’wren Scott pleegde nog niet zo lang geleden zelfmoord, maar wie niet beter weet zou kunnen denken dat de Stones een braaf en burgerlijk bestaan leidden.

Ik wil weten hoe het eraan toeging in die wilde jaren 70; niet alleen op het podium, maar ook ernaast.

 

No Satisfaction

 

Daarin blijf ik niet alleen op mijn honger zitten. The Guardian noemt de expo weinig bevredigend, behalve voor de fans: “een opeenstapeling van spullen uit de vijftigjarige geschiedenis van The Rolling Stones vertelt je meer over hoe ze zichzelf verkopen dan over de band.”

Het is veelzeggend dat dé Instagram-hit van de expo de gigantische, van kleur veranderende tong is. Het iconische logo zou geïnspireerd zijn op het groot bakkes van Mick Jagger, maar is bovenal een uiting van antiautoritair protest, lees ik op het bordje. Tegenwoordig bestaan er wc-brillen met deze tong. Het meest rebelse dat ik op dat moment kan bedenken, is het logo nabootsen in een rare selfie. Terwijl ik mijn tong zo ver mogelijk uitsteek, proberen mensen rond mij een perfecte foto van het oplichtende Stones-logo te maken. Ik sta in hun weg.

Er hangen natuurlijk ook heuse kunstwerken in de galerie: de controversiële Sticky Fingers-hoes met het enthousiaste jeanskruis door Andy Warhol, en de cover van It’s Only Rock ‘n Roll door Guy Peellaert, de Belgische Michelangelo van de popart. Maar bovenal is deze expo een speeltuin voor volwassenen. De maquettes van hun kolossale stadionshows, de foute kostuums, de nagebouwde backstage, het concert in 3D : ze onderstrepen allemaal het totaalspektakel van The Rolling Stones. En waar ouderen nostalgisch herinneringen ophalen, vergapen jongeren zich aan het fenomeen van de legendarische rockband zoals ze vandaag niet meer gemaakt worden.

 

Sappige biografie

 

De monsterachtige omvang van hun touroptredens komen op mij vooral over als iets waarvan ik ver weg wil blijven, maar de mosterdgele jumpsuits in satijn en roze badjassen geven mij meteen heimwee naar de jaren 80 die ik nooit heb mogen beleven.

Na drie uur in de Stones-archieven te hebben doorgebracht, struikel ik bij het naar buitengaan bijna over de torenhoge plateauzolen van Martha (50). Ik complimenteer haar en haar vriend John (52) met hun gewaagde outfits. “Rock-’n-roll heeft niets met leeftijd te maken”, zegt Martha lichtjes beledigd. “Wij waren vroeger rock-’n-roll, en zijn het nu nog altijd.”

In de hoop eindelijk te achterhalen waar die term voor staat, vraag ik wat rock-’n-roll voor hen betekent: “Geen verplichtingen hebben op maandag.”

Wie het hoe en waarom van de Stones wil ontdekken, kan beter een van de aanbevolen boeken over de groep lezen. Of naar de platen luisteren. Als je de grootste rockgroep ter wereld bent, komt het tenslotte aan op de muziek, niet op de memorabilia”, besluit The Guardian.

En wie zoals ik graag meer wil weten over het losbandige bandleven van toen de Stones nog geen marketingmachine waren, koopt misschien beter de sappige biografie van Keith Richards.