Zomercolumns

 

Boven budget 

 

 

 

 

Ik hou van geld. Of preciezer gesteld: ik hou ervan geld uit te geven. Geld dat meestal nog moet binnenkomen en ik dus technisch gezien eigenlijk niet bezit. Leven boven mijn budget, dat is mijn specialiteit. Je zou gerust kunnen zeggen dat Mister Cash en ik een problematische, potentieel toxische verhouding met elkaar hebben.

Mijn talent om geld te laten vloeien alsof het water is, neemt, in combinatie met mijn tekort aan organisatorische orde, weleens rampzalige proporties aan .

Van bij nader inzien toch onpraktische AirPods over Uber-ritten voor enkele honderden meters tot drankjes die meer kosten dan een gezinsmaal: altijd vind ik wel een manier om meer uit te geven dan eigenlijk nodig was.

Maar de categorieën waarin ik echt uitblink; mijn twee all-time spending favorites, zijn kleren en vliegtuigtickets. Aangezien ik tijdens de lockdown genoodzaakt was me tot die eerste groep te beperken, maakt het gat in mijn hand nu een inhaalbeweging met betrekking tot laatst vernoemde categorie. Terwijl ik deze woorden typ, hang ik hoog in de lucht: op weg van Zweden naar Italië met een peperdure overstap in Frankfurt, een gevolg van miserabele planning.

Gisterennacht ontdekte ik dat je Italië niet binnen mag zonder self-declaration form dat stelt dat je in goede gezondheid verkeert én de voorbije veertien dagen op EU-grondgebied verbleef. Bijna had ik dertig euro aan een vage online visa-website overgemaakt om zo’n formulier te bemachtigen. Omdat ik dit geld toch liever aan een Uber naar de luchthaven gaf, ondernam ik dan toch maar een nachtelijke queeste naar een printer. Eenmaal op het vliegtuig ontdekte ik dat die documenten gewoon door het boordpersoneel uitgedeeld worden. Of het document voor mijn terugkeer naar België ook voorzien wordt, weet ik niet. Ik heb nog een week om het uit te zoeken.

Bijna zou ik verzuchten dat het wel heel wat gedoe is, dat reizen in pandemische tijden. Dan bedacht ik dat dat waarschijnlijk de bedoeling is. Want hoewel vliegen officieel weer mag, of alleszins toch voorlopig nog, is het alsnog niet erg koosjer. Niet alleen omwille van het coronavirus, uiteraard doet het ook de planeet weinig goed.

Om van mijn eigen portemonnee nog maar te zwijgen: uiteraard moest ik in Napels, waar ik naar op weg ben, een viersterrenhotel met zicht op de Vesuvius boeken.

Af en toe word ik weleens op de onethische kantjes van mijn uitgaven geattendeerd. Meestal gebeurt dat door iemand die het beste met me voor heeft. En hoewel ik me best schaam voor mijn opportunistisch consumentisme, blijkt mijn allergie voor betweterige moraliteit toch telkens groter.

Misschien ben ik verdorven; een vermoeden dat al langer onderhuids sluimert. Of misschien ben ik gewoon verslaafd; een kind van het kapitalisme.

 

*

Food babies

 

 

 

“En, is het gelukt?”, vraag ik verwachtingsvol aan mijn vriendin, die net terug is van een sanitair tripje.

Ze slaat haar blik bedroefd neer, schudt van nee.

“Jezus,” voel ik met haar mee, “hoeveel dagen is dit nu al aan de gang?”

Ze haalt haar schouders op. Te lang, zoveel is duidelijk.

We stellen een actieplan op. Het begin van de dag is meestal allesbepalend; daarover zijn wij, als ervaringsdeskundigen op het gebied van een gebrekkige stoelgang, het met elkaar eens. Het is niet omdat de Italianen geen vezels bij hun bescheiden, om niet te zeggen onbestaande ontbijt nuttigen dat wij hen daarin moeten volgen. We slaan pruimen en vers sinaasappelsap in, overwegen de efficiëntie van minder heilzame opties. Ik stel koffie en sigaretten voor, mijn vriendin bezichtigt het hardere spul van de farmacia.

Verstopt zitten is vreselijk, zeker op vakantie. En al helemaal in Italië, waar we gewoon van alle heerlijke gluten willen genieten zonder daarvoor aan glamour te hoeven inboeten. Daarmee wil ik zeggen: in die strakke jurk kunnen flaneren zonder ons zorgen te maken over een dreigende explosie van die opgeblazen buikballon.

Misschien vindt u het vervelend om over slechte stoelgang te lezen in een zomercolumn. Constipatie is dan ook geen sexy onderwerp. Maar het is wel een lichamelijk ongemak waar verdacht veel vrouwen aan lijden. Zo interviewde ik een maand of twee terug Sarah Ramey, de Amerikaanse schrijfster van het Handboek voor vrouwen met mysterieuze kwalen. Zelf ondergaat ze, onder andere, al jarenlang schijnbaar onverklaarbare darm- en maagklachten. Net zoals eerder vernoemde vriendin en ik kreeg ze door geïrriteerde dokters het label van prikkelbaredarmsyndroom opgeplakt: een verzamelnaam voor vreemde darmkwalen die zoveel betekent als ‘leer ermee leven’. De ene arts meent dat onze klachten veroorzaakt worden door stress en depressie, de andere waarschuwt dat we vooral niet te veel over onze nalatige spijsvertering mogen piekeren, omdat dit de darmflora verstoort.

Hoewel we hier in Napels weinig last van depressieve stemmingen hebben, besloten we voor de zekerheid toch maar alle mogelijke stressfactoren te elimineren. Zo werd ons bijvoorbeeld op het hart gedrukt dat we als twee jonge, roodblonde vrouwen met een voorliefde voor dure kleren maar beter op onze hoede waren in bepaalde buurten. Toen we gisternacht door smalle haarspeldstraatjes onze weg naar huis zochten, werd duidelijk waarom.

Om wat meer ontspannen te kunnen flaneren, kochten we aldus bij een straatkramer voor een prikje twee oversized sportshirts. Niet alleen zouden we zo meer in onze omgeving opgaan, we moesten ons ook geen zorgen meer maken over al te zichtbare food babies.

Al snel ontdekten we dat deze look erg in de smaak valt bij vrijpostige twaalfjarigen op scooters. Gelukkig werkt lachen stressverlagend.

 

*

 

Pliniaanse erupties

 

  

 

“So much, so beautiful.”

De hemel betrekt wanneer deze woorden ons tegemoet vliegen op een steil aflopende straat in de schaduw van Mount Vesuvius. Een storm is op komst.

Het blijkt geen lofzang te zijn op de nobele vulkaan die omineus uitkijkt over de Golf van Napels, maar de zoveelste man die zijn tred vertraagt wanneer hij ons opmerkt. Auto’s die de achtervolging inzetten, groepjes die de doorgang blokkeren en overal hongerige ogen; de vermeende viriliteit van Italiaanse mannen is een enorme dooddoener.

Maar behalve opdringerige bewonderaars, ontwaarden we hier nog een ander archetype van misnoegde mannelijkheid.

De eerste twee nachten logeerden mijn vriendin en ik in een B&B in een ietwat bedenkelijke buurt om zodoende een viersterrenhotel voor ons verdere verblijf te kunnen veroorloven. De uitbater van de tent was ene Fabrizio: een nerveuze dertiger die nog bij zijn moeder inwoont en allergisch bleek voor broodkruimels, vooral wanneer deze door meisjes achtergelaten worden op zijn keukentafel. Zo overhandigde hij ons aan het ontbijt zijn telefoon, op het scherm volgende, ruw vertaalde boodschap: ‘Girls, you can’t be so dirty, behave more careful’. Exclusief vraagteken en alsjeblieft, inclusief luide zucht.

Wanneer hij me daarna alsnog een druppel koffie zag morsen, besloot hij defensief tussen mijn tenen te gaan stofzuigen.

Fabrizio heeft, net als de agressieve aanbidders, een kort lontje. Wie hun wensen niet inwilligt, maakt zich maar beter snel uit de voeten. Geweld tegen vrouwen, in al zijn subtiele en minder subtiele varianten, is een serieus probleem; ook, maar lang niet alleen, in Italië.

Hier in Napels lijken de mannen wel een weerspiegeling van die dreigende berg in wiens schaduw ze zich dagelijks verplaatsen: Vulkaan Vesuvius, de enige nog actieve lavaspuwer op het Europese vasteland, een tikkende tijdbom.

Sinds enkele jaren neemt de seismische activiteit van de Vesuvius vervaarlijk snel toe. Vulkanologen voorspellen spoedig een uitbarsting ter grootte van de beruchte explosie van 79 na Christus, die heel Pompeï en Herculaneum uitvaagde en hun inwoners onder een dikke as laag vereeuwigde. In zijn beroemde brief aan geschiedschrijver Tacitus omschreef Plinius de Jongere de dodelijke wolk die destijds uit de berg opsteeg als ‘een pijnboom’; “soms wit, dan weer vuil en vlekkerig, al naargelang hij aarde of as omhoog bracht”.

Pliniaanse erupties, zo worden sindsdien vulkaanuitbarstingen genoemd waarbij de zware explosie van hete gassen voorafgaand aan de lavastroom vaak meer slachtoffers maakt dan de uiteindelijke eruptie.

Inwoners van de dorpjes aan de voet van de Vesuvius, die sowieso levend gebraden worden bij de volgende uitbarsting, wordt nu een verhuisvergoeding aangeboden. De meeste dorpelingen nemen het geld niet aan.

Waarop wachten ze, vraag ik me af.

 

*

 

Duan

 

 

 

Er zijn een paar dingen in deze wereld waar je altijd van op aan kunt. Nagelsalons zijn daar een van. Of je nu in Brussel, Moskou, Milaan of New York bent; ze zien er niet alleen overal hetzelfde uit, ook hun services zijn steeds identiek.

De afgehakte mannequinshanden die miniatuur kunstwerkjes met vlinderprints aanprijzen in een schel TL-schijnsel verraden geen geografische locatie. Noch geven de karaokeversies van tophonderdhits, of de elektrische vijltjes waarmee restjes net iets te hardhandig afgeschraapt worden hun ligging prijs. Sinds corona is zelfs het plexiglas dat de nagelartiest tegen besmettelijke kuchjes beschermt wereldwijd hetzelfde.

Hoewel ik ook al uitstapjes naar zogezegd minder schadelijke en dus overdreven dure salons ondernam, hou ik het tegenwoordig bij de bescheiden middenklasse; duur noch goedkoop. Want studio’s met bodemprijzen waarvan de medewerkers geen woord met hun klanten kunnen of mogen uitwisselen, hanteren meestal geen al te koosjere arbeidsethiek.

Alle mogelijke designs probeerde ik al uit: van mijn geboortejaar in gotische cijfers over het Louis Vuitton-logo tot venijnige vlammetjes. Bovenal hou ik van het dreigende geluid wanneer je met zo’n kunstnagel op een hard oppervlak tikt, de rode sporen die ze in andermans huid achterlaten, en de manier waarop je met uitgestrekte vingers over toetsenborden moet swipen omdat typen niet meer lukt vanaf een bepaalde lengte.

Helaas worden nepnagels nog te vaak als ‘Oost-Europees’ of ‘ordinair’  weggezet, om maar enkele van de complimenten te noemen die mijn vingertoppen al te beurt vielen. Waarom acryl een indicator zou zijn van tekortschietende zeden of intellect heb ik nooit begrepen.

Daarbij is nagelverzorging veel meer dan enkel een esthetische kwestie. Wanneer het voelt alsof de grond onder mijn voeten langzaam wegzakt, biedt het nagelsalon me houvast.

De ochtend waarop ik voor het eerst weer in een leeg bed ontwaakte, ging ik naar de nagelstudio. Ik had een afspraak, ik werd verwacht.

Zoals steeds schuurden mijn knieën ongemakkelijk tegen het lage witmarmeren tafeltje terwijl ik Duan mijn handen aanreikte. Duan, met zijn rijkelijk met gel ingesmeerde haren en zijn steeds net iets te ver opengeknoopte hemden, die een goed uitzicht boden op zijn brute, witgouden schakelketting. 24 karaat, had hij me bij onze eerste ontmoeting verteld zonder dat ik daarom gevraagd had.

De nauwkeurigheid waarmee hij mijn vingers over een verse handdoek uitspreidde terwijl hij mijn andere hand in een lauw badje liet rusten, ontroerde me die ochtend. Kon ik zelf maar zo veel zorgvuldigheid aan de dag leggen, hoe verzorgd had mijn bestaan er dan uitgezien.

Eender welke vreemde kleur of vorm ik uitkies, Duan stelt me steeds gerust dat het de juiste keuze is.

Ik hoop in iedere hoofdstad een Duan te vinden.

 

*

 

Woke

 

 

 

Onlangs was mijn vader jarig. Hoe oud hij precies werd, doet er weinig toe. Hij was al een man van middelbare leeftijd en blijft dat nog wel even. Oneerbiedig is dit niet bedoeld. Vat u dat wel zo op, is dat tekenend voor de ongunstige bijklank die het begrip kreeg.

De man van middelbare leeftijd, en al helemaal de blanke, heteroseksuele variant, wordt vandaag net iets te snel verketterd als the root of all evil, vindt mijn vader.

Hoe we erin geslaagd waren ons tafelgesprek naar dit onderwerp om te buigen, weet ik niet meer. Het was nog voor Alexandria Ocasio-Cortez Pater Damiaan in haar Instagram Story, volgens velen verkeerdelijk, hekelde als voorbeeld van het oude patriarchaat. Noch was het mijn vaders verjaardagsdiner; wel dat van mijn broertje, die met zijn twintig lentes nog lang niet in de buurt van de middelbare leeftijd komt. Gelukkig maar.

In ieder geval bespraken we het woord ‘woke’, en de generatie die zich vandaag zo graag met deze hashtag identificeerde. Verwende, hoogopgeleide, blanke jongeren, meende mijn vader.

“Geprivilegieerde jongelui die overgevoelig zijn.”

“Geprivilegieerd zoals wij?”, vraag ik terwijl ik mijn laatste oester opslurp.

“Nóg meer geprivilegieerd”, antwoordt hij.

Eerder had hij te kennen gegeven dat ik van het vastgelegde menu kon afwijken om oesters te bestellen, maar dat ik dan geen dessert hoefde te verwachten. Als jonge, financieel en moreel onafhankelijke vrouw een man van middelbare leeftijd de rekening laten betalen is niet erg woke, noch geëmancipeerd. Maar als de man in kwestie je vader is, mag het wel, vind ik.

Ook over de bevrijding van het patriarchaat wisselen we weleens van gedachten. Ik vertel mijn vader dan dat ik, hoewel het oude narratief van de heteroseksuele, blanke man me nog weinig tot zelden interesseert, nog gematigd ben in mijn overtuigingen. Zo deel ik aan de feesttafel de mening van een kennis die gelooft dat de blanke, mannelijke oververzadiging van de academische wereld opgelost kan worden door desbetreffende mannen hun doctoraat te laten inleveren; plaats te laten ruimen voor minderheden.

Nu blaast mijn vader luid door zijn neus. Slaat daar die wokeness-slinger niet te ver door? En ik moet niet denken dat ik gespaard zal blijven, voegt hij eraan toe. Uiteindelijk bereiken we een punt waarop ook ik als blanke vrouw geen artikels meer hoor te schrijven over vrouwen met kleur.

Net voor het ongezellig dreigt te worden, zijn daar gelukkig de desserts. Iedereen krijgt crème brûlée voorgeschoteld, behalve ik. Met mijn beste paar puppyogen kijk ik van mijn vader naar het gouden schoteltje voor hem en weer terug. Hij schuift het met een lichte zucht naar me toe.

Gelukkige verjaardag, papa, je bent de allerbeste man van middelbare leeftijd.