
Foto: Nick Hannes
Met hypersnelle wifi, smetteloze openbare ruimtes en gratis face scans in drogisterijen lijkt de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul de stad van de toekomst. Maar achter de glanzende façade schuilen extreme genderongelijkheid en giftige schoonheidsidealen.
‘Zeg maar Kevin.’ De jongeman buigt vanuit zijn fauteuil voorover om ons de hand te schudden. ‘En dit is Ashley’, knikt hij naar de perfect opgemaakte vrouw naast hem. ‘Onze slavennamen.’
Als hij onze verwarring ziet, schudt hij lachend het hoofd. ‘Die mop maakt westerlingen altijd zo zenuwachtig, love it. Kevin is de naam die ik tijdens mijn studie in Engeland aannam, om gedoe met uitspraak te vermijden.’ Het is een zomerse zaterdagavond wanneer we in de woonkamer van Seoul Community Radio aan de praat raken. In een van plexiglas voorzien achterkamertje draait een dj in een gebatikt shirt. Op het scherm boven de bar lopen hartjes, likes en track requests binnen. De cocktails zijn waterig, maar naar Seouls normen goedkoop. De deur van het toilet is gammel en volgeplakt met stickers. De barvrouw is praatlustig. Een verademing, in een zee van steriele matchazaken en contactloze noedeltentjes. We zijn in Itaewon, met haar beduidend hoger percentage Engelssprekenden wellicht de meest buitenlandersvriendelijke buurt van Seoul.
Terwijl mijn vriend en ik van onze slappe wodka-soda’s nippen, ontkurken Kevin en Ashley een fles bubbels. Ze hebben wat te vieren. ‘Mijn ex had me aangeklaagd nadat ik onze chats over zijn poging mijn vriendin te versieren op Instagram postte’, vertelt Ashley, ‘maar ik heb de zaak nu gewonnen.’
Er heerst heteroseksuele vermoeidheid in Zuid-Korea, het land met het laagste geboortecijfer ter wereld en een groot aantal alleenwonenden. Er bestaat zelfs een woord voor jongeren die bewust single blijven, bihon. Met de felle opleving van feministisch activisme die #MeToo in Zuid-Korea voortbracht, ontstond ook de 4B-beweging: bihon, bichulsan, biyeonae, bisekseu. Oftewel geen huwelijk, geen kinderen, geen dates, geen seks met mannen. Een soort politiek lesbianisme als reactie op welig tierende vrouwenhaat in een sterk patriarchale samenleving.
Dat Kevin geen last heeft van de wrok die veel van zijn landelijke seksegenoten voelen tegenover geëmancipeerde vrouwen komt volgens hem doordat hij grotendeels overzees opgroeide, waar hij opgevoed werd door een ‘erg sterke moeder’. Toen hij na zijn studie naar Zuid-Korea terugkeerde om zijn dienstplicht te vervullen beleefde hij een cultuurschok. ‘Volgens een Koreaans gezegde verandert het leger jongens in mannen, en dat mag je letterlijk nemen. De radicalisering voltrok zich daar voor mijn ogen. Een absolute klotetijd.’ Toch zou het niet slecht zijn als ook vrouwen dienstnamen, denkt hij. ‘Dan zouden Koreaanse mannen zich minder entitled voelen.’
‘Nou, mij niet gezien’, zegt Ashley terwijl ze haar lange haar over haar schouder werpt, ‘de verhalen van vrouwen in het leger zijn verschrikkelijk. Het is geen veilige plek voor ons.’
Het is laat, de barvrouw is de vloer al aan het boenen. Tijd om af te rekenen. Aan Ashleys handtas bungelen een viertal schattige beestjes die eigenlijk te groot zijn om nog voor sleutelhanger door te gaan: pastelkleurige, grootogige knuffeldieren zijn het. Sommige grijnzen, zoals de intussen ook in het Westen populaire Labubu’s, andere glimlachen gedwee. Bijna iedereen hier draagt er minstens eentje aan zijn of haar tas of broekriem.
‘Ik krijg de kriebels van die schattigheidsobsessie’, zegt mijn vriend, ‘het heeft iets fascistisch, als je het mij vraagt.’
‘Oh my god’, gniffelt Ashley terwijl ze haar telefoon uit haar tas vist, ‘dit moet ik posten.’
*
Op het door glazen wolkenkrabbers omgeven Gwanghwamunplein staan tegenover het standbeeld van koning Sejong de Grote, de uitvinder van het Koreaanse alfabet, twee minstens even grote poppen. Akelig star glimlachend, een plastieken jongen en meisje. Ze houden elk het uiteinde van een touw vast. Aan hun voeten verdringt zich een kleine mensenmassa.
Als ik nader, zie ik dat ze samentroepen rond gemaskerde mannen in rode chemicaliënpakken. Dan snap ik dat het de poppen uit Squid Game zijn, de hitserie over have nots die deelnemen aan dodelijke kinderspelletjes in de hoop een grote prijs te winnen die hen eensklaps uit de schulden haalt. Een flitsend vormgegeven kritiek op de hypercompetitieve Zuid-Koreaanse samenleving die, ironisch maar niet toevallig, de meest gestreamde Netflix-serie ooit werd.
Nu schuiven toeristen aan om touwtje te springen. Wie blijft haperen wordt niet zoals in de serie neergeknald door de gemaskerde mannen, maar moet wel zijn plek afstaan. Hyperrealiteit is de term die postmodern filosoof Jean Baudrillard bedacht voor een staat waarin kopieën van de werkelijkheid, simulacra, bepalender zijn dan de werkelijkheid zelf: een ‘echter dan echte’ realiteit waarin reproducties het origineel verdrongen hebben.
Hyperrealiteit is ook de term die hier in Seoul steeds door me heen schiet. Bijvoorbeeld wanneer ik een van de vijf rijvakken brede boulevards in Gangnam of Meoyongdong oversteek en van alle kanten bestookt word met bewegend beeld: oplichtende mangafiguren die me ik weet niet wat voor product willen verkopen, videoloops van klaterende dollars, volledig in bladgoud gehulde torens, glimlachende vrouwen met verdacht grote ogen, als vleesgeworden mangafiguren.
Dit zijn buurten die vooral bestaan uit schreeuwerig adverterende schoonheidsklinieken – Mom’s Touch, Titanium Lifting, Happy Self – en shopping malls. Baudrillard zag in zo’n overdekt winkelcentrum het ultieme simulacrum: een geënsceneerde gemeenschap die de illusie van een stadskern oproept en waarin consumptie de sociale relaties vervangt.
Buurten ook waar de gebouwen even imposant smetteloos zijn als de geadverteerde gezichten, buurten waarin elke lobby even monochroom glanst, als een eindeloos aantal Apple Stores. Het doet me denken aan wat de Zuid-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han schrijft in Saving Beauty: ‘The smooth is the signature of the present time.’ Smoothness (het gladde, vloeiende) definieert volgens hem de hedendaagse obsessie met hygiëne, transparantie en opgewektheid. Want wat gladgestreken is, is voorspelbaar, veilig. ‘De wereld van smoothness is een culinaire wereld; een wereld van puur positivisme waarin geen pijn, letsels of schuldgevoelens bestaan.’
*
Seoul is een stad als een spiegelpaleis. Haar wolkenkrabbers, winkelcomplexen en openbaar vervoer zijn spic en span als spiegels. Overal advertenties, overal datzelfde vrouwengezicht: kaaklijn in de vorm van een V en een porieloze huid, glimmend als glas. Als ik erop begin te letten zie ik deze gezichten ook op straat rondlopen, gezichten waar veel geld voor uitgegeven is.
Zuid-Korea is wereldwijd koploper in gemiddeld aantal cosmetische ingrepen per inwoner. Plastische chirurgie is hier allesbehalve gestigmatiseerd. Vrouwen met gespalkte neusbruggen en mannen met enkel de ogen vrijlatende gezichtsmaskers shoppen op hun gemak, zonder aangestaard te worden. Lookism, discriminatie op basis van uiterlijk, is een serieus probleem in Zuid-Korea. Een recente rondvraag leerde dat veertig procent van de deelnemers al discriminatie op basis van hun uiterlijk beleefde. Tot voor kort was het zelfs verplicht als sollicitant een foto aan je cv toe te voegen, soms ook je lengte en gewicht te vermelden.
In Flawless: Lessons in Looks and Culture from the K-Beauty Capital schrijft Elise Hu: ‘Veel Koreanen vandaag geloven dat schoonheidswerk gelijkstaat aan zelfverbetering. Het consumeren van make-up, skincare en andere cosmetische procedures wordt evenzeer beschouwd als een kwestie van zelfrespect als van respect voor de gemeenschap.’
Vervaarlijk verleidelijk is deze conformistische spiegelwereld, voel ik wanneer ik voor de vierde keer in twee dagen tijd ongepland weer in een Olive Young sta. Olive Young is een keten van schoonheids- en gezondheidswinkels met zo’n veertienhonderd vestigingen, waarvan alleen al honderden in Seoul.
Een belevenis. Schappen vol pastelkleurige oplossingen voor problemen waarover ik nog niet had nagedacht. Haarmascara, décolleté-foundation, overnight lippenmaskers. Muren vol gezichtsmaskers, van elke cleanser, toner, serum of dagcrème zijn er vijftig varianten, en alles komt in elegante kokertjes. Open tot middernacht, meerdere verdiepingen. Hello Kitty en haar vriendjes zingen door de intercom dat ze van schoonheid en hygiëne houden, en geef hun eens ongelijk.
Volgens cultuurtheoretica Sianne Ngai is cuteness als esthetische categorie een manier van waarnemen en beoordelen. Een categorie die een machtsverhouding uitdrukt: het schattige object is hulpeloos, ondergeschikt, uitnodigend. De waarnemer of consument heeft impliciet de macht of controle.
De opmars van aegyo – ‘schattigheid’, de Koreaanse variant van het Japanse kawaii – in de jaren vijftig was een reactie op de oorlogstrauma’s. Het gaf uitdrukking aan een cultuur die zich richtte op herstel, huiselijkheid, consumptie. Waar het door Edmund Burke gedefinieerde sublieme ons klein maakte tegenover een overweldigende macht, meestal die van de natuur, maakt het schattige de wereld klein om onze steeds grotere overweldiging draaglijk te houden.
Als ik achter in de winkelrij aanschuif, kan ik een gratis, door artificiële intelligentie aangedreven face scan laten uitvoeren. Met een console glijd ik zoals de computer me opdraagt over mond- en ooghoeken, voorhoofd, wangen, kin, neusvleugels, om vervolgens microscopisch uitvergrote opnames op het scherm te zien verschijnen.
Ik moet weer denken aan Baudrillard, die te veel zichtbaarheid een obsceniteit noemde. ‘Een close-up van een gezicht is net zo obsceen als een geslachtsorgaan dat van dichtbij wordt bekeken. Het ís een geslachtsorgaan’, schrijft hij in L’autre par lui-même. Ook filosoof Byung-Chul Han borrelt op. We leven in een close-up society, schrijft hij in Saving Beauty, een samenleving waarin ‘het gezicht in zichzelf verstrikt lijkt te raken, zelfverwijzend wordt’. Het lichaam verkeert vandaag in crisis, schrijft hij nog. Niet alleen valt het uiteen in pornografische lichaamsdelen, maar ook in datasets. ‘Het lichaam wordt omgevormd tot een controle- en bewakingsscherm.’
Ik werp een laatste blik op mijn vers gegenereerde datasets: mijn probleemzones – hyperpigmentatie, dehydratie, fijne lijntjes – zijn in keurige grafiekjes en percentages gegoten. Ik koop de aanbevolen crèmes.
*
Tussen januari en april 2025 exporteerde Zuid-Korea voor 3,61 miljard dollar aan cosmetica en werd daarmee wereldleider. Om te vatten hoe dat zo is gekomen, moeten we terug in de tijd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Korea door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, aanvankelijk tijdelijk, opgedeeld in Noord en Zuid. Maar door de Koude Oorlog groeiden de bezettingszones steeds verder uit elkaar, wat in 1950 culmineerde in de Koreaanse Oorlog. Toen die in 1953 voorbij was, werd de deling definitief. NoordKorea is een communistische dictatuur en Zuid-Korea een pro-westerse republiek die pas in 1988 een volwaardige democratie werd.
Volgens het vredesverdrag van 1953 mag Zuid-Korea zonder toestemming van de VS geen militaire technologie ontwikkelen. Aangezien het land zijn hard power niet mocht aanspreken, ging het inzetten op soft power. Er werd massaal overheidsgeld gepompt in de visueel ingestelde entertainmentindustrie – waarvan vandaag vooral K-pop, K-drama en dus K-beauty wereldwijd succes genieten.
Dankzij een combinatie van protectionisme, overheidssturing en een sterke focus op export groeide Zuid-Korea in amper dertig jaar tijd van een arm agrarisch land uit tot een hoogtechnologische samenleving; een wereldmacht. Het Wonder aan de Han-rivier wordt deze snelle transformatie genoemd, Zuid-Koreaans exceptionalisme de mentaliteit van altijd meer en beter die daaruit voortvloeide.
Europa is schattig, vindt ook schrijfster en activist Mingyeong die ik voor een matcha latte ontmoet, maar veel te traag. ‘Ik zou er nooit kunnen wonen’, zucht ze, ‘jullie brakke internet, immer vertraagde openbaar vervoer, en dan die papiermolen… Nee, bedankt.’
Bali bali, ‘snel, snel’, wordt die Zuid-Koreaanse need for speed genoemd die zo’n cruciaal onderdeel van de nationale identiteit is. Een efficiëntiedrang die zich naast onberispelijke wachtrijen en vlekkeloos verlopend woon-werkverkeer ook laat zien in on the go opmaken. Veelvoorkomend beeld: vrouwen die met krulspelden in van lijn wisselen, vrouwen die gehurkt op een platform met penselen en borstels hun gezicht bijtekenen, vrouwen die zich met één hand vastklampen aan de lus van het metrostel en met de andere nepwimpers aanbrengen. Niemand die daarvan opkijkt, behalve ik dan.
Sowieso wordt er weinig opgekeken in de metro, daarvoor is iedereen te veel aan zijn smartphone verklonken. Natuurlijk is dat ook in Europese steden geen onbekend beeld, maar hier lijkt werkelijk niemand nog in het hier en nu aanwezig. En waarom zou je, op een van de best verbonden plekken ter wereld: Zuid-Korea is ook op het vlak van surfsnelheid en breedbandpenetratie wereldleider. De eerste rehabs voor internetverslaving werden eveneens in Zuid-Korea opgericht.
Nog een veelvoorkomend beeld: schaamteloze selfiesessies. Volgens Byung-Chul Han komt het verslavende maken van selfies niet voort uit narcisme of ijdelheid, maar is het een reproductie van onze innerlijke leegte. ‘Vandaag de dag is niets blijvend. Deze vergankelijkheid heeft invloed op het ego en destabiliseert, maakt onzeker. (…) Geconfronteerd met zijn eigen innerlijke leegte probeert het subject van de selfie tevergeefs zichzelf te produceren.’
Je kunt selfies ook als een vorm van zelfopgelegd toezicht zien, in een openbare ruimte die sowieso al vergeven is van de bewakingscamera’s. Seoul is een van de meest gesurveilleerde steden ter wereld. ‘Zuid-Korea is het eerste land dat ongegeneerd en compromisloos hypermodern is’, aldus de in Korea werkzame socioloog Michael Hunt. ‘De toekomst is al lang
in Zuid-Korea gearriveerd. Koreanen wordt bijvoorbeeld verweten er nep uit te zien, maar uiteindelijk doen ze enkel wat iedereen binnenkort zal
doen.’
In een hypermoderne staat versterken twee soorten technologie elkaar in een zichzelf bestendigende, vicieuze cirkel: surveillancetechnologie – apps die onze data tracken en CCTV-camera’s – en zelf optimaliserende technologie, zoals die face scanner. De male gaze valt in het niets vergeleken bij de technological gaze:de onmenselijke, door machines aangedreven manier van kijken die we stilaan allemaal geïnternaliseerd hebben. Al kun je die technologische blik ook als een verhevigde voortzetting van de mannelijke blik zien, alle aan de knoppen draaiende techbro’s in beschouwing genomen.
*
‘Laat je laptop lekker liggen’, zegt Taehwan, ‘daar komt niemand aan.’ We bevinden ons in een koffietentje in Seoul Station, een treinstation waar jonge soldaten van de nabijgelegen militaire basis Yongsan Park hun liefjes ontmoeten. Het is hier koppen lopen en ook het café zit goed vol, maar Taehwan heeft natuurlijk gelijk: vergeleken met westerse metropolen heeft Seoul bijzonder lage criminaliteitscijfers. Diefstal is hier veeleer een anomalie. De combinatie van CCTV, sociale controle en de dwingende schaamte- en reputatiecultuur maakt van de stad één groot panopticum.
Taehwan is 31, lang, smal en bebrild. ‘Slap’, zegt hij, ‘aldus mijn ouders. Daarom was studeren zo belangrijk.’ Een eenhoorn, noemt hij zich als mannelijke feminist in Korea. Met zijn collectief Feminism With Him probeert hij jongeren te overtuigen dat feminisme niet enkel vrouwen goed doet. Proberen, want sinds de Zuid-Koreaanse #MeToo-beweging de grootste en succesvolste van heel Azië was, voltrok zich alweer een stevige backlash tegen vrouwenrechten.
Ook Taehwan heeft, buiten zijn collectief, geen enkele mannelijke vriend meer. Maar daarover klagen wil hij niet. ‘Bek dicht en luisteren, is onze mantra. Een mantra die trouwens ook de relatie met mijn vriendin serieus verbeterd heeft.’
Wanneer ik me verontschuldig voor een wc-bezoekje, vraagt hij of ik dat wel zou doen. Een vraag die ik pas begrijp als ik op de plee ter hoogte van mijn enkels een bordje zie met daarop ‘veilig & gecontroleerd’. Want wat doen criminelen in een land dat door alomtegenwoordige camerabewaking buitengewoon veilig is? Nog meer camera’s installeren, maar dan wel geheime. ‘Sinds alle spycam-schandalen bezoekt mijn vriendin geen openbare toiletten meer’, zegt Taehwan wanneer ik weer tegenover hem zit, ‘en ze is lang niet de enige vrouw.’
Het wijdverbreide probleem van spycams veroorzaakte in 2018 nationale protesten. Het mocht niet verhinderen dat video’s van vrouwen die zonder hun weten gefilmd waren tijdens seks of op het toilet verkocht en uitgewisseld werden op anonieme Discord-servers. Hierdoor ontstond een groot wantrouwen tegenover mannen, wat zich ook uit in radicaal-feministische bewegingen zoals 4B.
In 2024 demonstreerden Zuid-Koreaanse vrouwen opnieuw grootschalig, maar dan tegen deepfake pornografie: een misdaad waarbij de hoofden van echte vrouwen via AI op de lichamen van porno-actrices geplakt worden. De slachtoffers waren overwegend jonge leerkrachten, studentes en minderjarigen. De schaal waarop deze digitale seksmisdrijven zich voltrokken was ongezien: sommige Telegram-groepen waarin actief werd opgeroepen vrouwen aldus te vernederen telden wel vierhonderdduizend leden. Uit de meest recente cijfers van de Korean National Police Agency bleek maar liefst de helft van de daders tienerjongens te zijn.
Telegram zelf noemde het schandaal ‘ongelukkig’ en zei dat het ‘spijt’ had van de ‘miscommunicatie’ over deze kwestie. Een klein aantal video’s werd verwijderd. En afgelopen december nog werden opnieuw vier mannen gearresteerd voor het hacken van 120.000 beveiligingscamera’s. Volgens de National Police Agency gebruikten de hackers deze beelden om seksueel belastend materiaal te maken en door te verkopen.
Dit alles maakt van Seoul de weinig benijdenswaardige wereldkampioen digital sex crimes. Ook in die zin is het de stad van de toekomst: een testcase voor problemen waar ook traag Europa in toenemende mate mee geconfronteerd zal worden.
*
Lachen. Wuiven. Doorlopen. Doen alsof ik iemand ben, belangrijk en bekend. Waarom sta ik anders op deze rode loper in Bucheon, een satellietstad van Seoul? Beyond Reality heet de afdeling van het filmfestival waarvoor het werk van mijn vriend geselecteerd werd. Hier worden films getoond die spelen met nieuwe technologieën als artificiële intelligentie, virtual reality of gaming software. De meeste namen op de line-up zijn Koreaans, en aan hun entourage van make-up artiesten, slippendragers en bodyguards te zien zijn deze acteurs en regisseurs ook niet de minste.
Daarnaast is een twintigtal niet-Koreaanse filmmakers overgevlogen om hier, voor het verzamelde oog van alle fotografen, hun opwachting te maken en aan de wereld te laten zien hoe Zuid-Korea technologische vernieuwing viert.
Na de rode loper volgt een openingsceremonie die – aan het gegil van het publiek te horen – door heuse K-sterren gepresenteerd wordt. Veel Koreaanse ouders wensen hun kind een carrière als celebrity toe, had Taehwan nog verteld. Nu een goede opleiding geen garantie meer biedt op een vaste baan, ben je beter af als acteur, popster, model of influencer.
Zo drukbezocht als de rode loper en openingsceremonie waren, zo leeg is de zaal voor de openingsfilm van het festival. About a Hero, de door AI geschreven Werner Herzog-film, wordt voor het eerst in Korea vertoond, in een nagenoeg lege zaal. Nadien worden de buitenlandse gasten huiswaarts gestuurd met een goedgevulde goodiebag: huidverzorgingsproducten op basis van lokale, eeuwenoude ingrediënten zoals ginseng en cactussap, uniseks make-up en iets wat een met roze beertjes opgeleukt voedingssupplement lijkt, maar na een rondje googelen eetlust onderdrukkende pillen blijken te zijn. ‘Schattigheid’, schreef Sianne Ngai nog, ‘is hoe het late kapitalisme machteloosheid verpakt als plezier.’
Hoewel schattigheid en de geïmpliceerde onderworpenheid het Seoulse straatbeeld domineren, gaat niet iedereen daarin mee. Een groeiende groep vrouwen verzet zich er zelfs actief tegen door de haren kort te knippen, make-up af te zweren en genderneutrale kledij te dragen. Talcorset, wat zoveel betekent als ‘bevrijd je van het korset’, heette de beweging waaruit ook de radicalere, mannen afzwerende 4B-groepering voortkwam. Talcorset stootte, ironisch genoeg, op meer weerstand dan 4B.
‘Je niet opmaken wordt hier als vulgair of zelfs agressief gezien’, weet schrijfster en activist Mingyeong uit eigen ervaring. Online haat is een dagelijkse realiteit voor haar. Gezien haar bekendheid heeft ze van fysieke belaging of achtervolging weinig last, maar andere vrouwen uit haar collectief overkomt het geregeld.
Mingyeong is de oprichtster van Guerrilla, een feministische sociale onderneming die nieuwe vormen van economische solidariteit en wederzijdse ondersteuning tussen vrouwen onderzoekt. Een van haar initiatieven is een coöperatieve taalschool van en voor vrouwen. Het is zo’n succes dat ze nu overweegt zich in Dubai te registreren, voor de fiscale voordelen. Een ‘homo economicus’, noemt Mingyeong zichzelf droogjes. Ja, ze is een kapitalist. En nee, ze heeft daar geen scrupules over. ‘Vrouwen worden bewust financieel analfabeet gehouden. Het is charmant, om niet te zeggen verplicht voor vrouwelijke schrijvers om te doen alsof ze geen idee hebben hoeveel er op hun rekening staat, om te zeggen dat ze geen bal van de beurs begrijpen. Vroeger was ik ook zo. Nu weet ik dat geld macht is.’
Daarom deelt ze haar met veel zelfstudie verworven financiële geletterdheid met andere vrouwen. Door zo openlijk over geld te praten wordt ze geregeld voor rechts of conservatief versleten. Maar volgens haar zouden alle linkse activisten, en zeker vrouwen, er goed aan doen zich meer voor geld te interesseren. ‘Om het systeem omver te werpen moet je wel eerst meespelen. Met mooie woorden en Marx lezen komen we nergens. We moeten geld vergaren, anders gaat alles naar de fascisten. Die kennen toch geen schroom, kijk maar naar Trump.’
‘Eigenlijk kijken wij erg positief tegen de toekomst aan’, besluit Mingyeong minzaam glimlachend, ‘en dat is zeldzaam in Zuid-Korea vandaag.’ De toekomst: vrouwen die de markt even rücksichtslos bespelen als de techbro’s dat doen?
*
Zodra ik uit het vliegtuig stap slaat het me, bij wijze van welcome back, in het gezicht: de muffe walm van het verleden. Het verleden ruikt naar zwerfvuil en zakkenrollers, naar gezapige bureaucraten en uitgevallen treinen. Hier geen Hello Kitty, geen bestelzuilen die je in minder dan een minuut een strawberry matcha latte bezorgen, geen poetsrobots die voortdurend stationsgangen dweilen. Ik wil terug naar de propere, pastelkleurige toekomst, terug naar Seoul.
Gelukkig heb ik nog mijn souvenirs. Een grote koffer, speciaal voor deze trip aangeschaft, vol rijstwaterserums, rubberen gezichtsmaskers en innovatieve parfums. Allemaal erg betaalbaar, zeker vergeleken met Europese prijzen. Maar ook met deze volgestouwde koffer is mijn Oost-Aziatische comedown niet mals. Weken, maanden later nog voel ik een zuigend verlangen wanneer ik aan Zuid-Korea denk. En dat terwijl ik al die smetteloze gezichten en straten, die alomtegenwoordigheid van het alziende camera-oog, toch als verstikkend heb ervaren.
Opmerkelijk, hoe snel dat onbehagen vergeten is en hoe ik ook van een afstand de verleiding van de hypermoderne spiegelstaat voel. De toekomst is allang in Seoul aangekomen, een stevig in z’n schoenen staande consument die dat weerstaat.