30 jaar xtc in België (1): de euforie van de jaren 90

 

`Ecstasy! Ecstasy!’ weergalmde het midden jaren 90 in elke Vlaamse steenwegdancing en dorpskeet. Bijna dertig jaar geleden werd xtc verboden, maar de pilletjes zijn zowel op als naast de dansvloer populairder en straffer dan ooit. Het voorbije jaar hebben 2,1 miljoen 15- tot 34-jarige Europeanen xtc gebruikt, het hoogste cijfer in decennia, meldt het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA).

 

 

Bart (niet zijn echte naam, red.) is 37 jaar en werkt in de bouwsector. Niets aan hem verraadt dat hij twintig jaar lang zo goed als wekelijks xtc slikte.

“Ik was 13 toen ik voor het eerst in de Boccaccio (voormalige discotheek in Destelbergen, red.) kwam. Mijn moeder was een jonge, gescheiden vrouw die graag uitging. En als ze geen oppas kon regelen, nam ze mij gewoon mee.

Ik was erg onder de indruk van al die uitzinnig dansende mensen. Het was het einde van de newbeatperiode ­ de muziek kende ik van mama’s cassettes, maar ze daar horen was echt… wauw. Ik had meteen de partymicrobe te pakken.

Mijn moeder nam af en toe een pilletje met haar vriendinnen, en dat wou ik ook eens proberen. Drugs waren geen taboe thuis. Op mijn 15de heb ik voor het eerst van een snoepje (ecstasy, red.) geproefd. Heel warm voelde ik me – niet alleen omdat xtc je lichaamstemperatuur doet stijgen, het was echt een warm gevoel vanuit het hart. Ik voelde zoveel liefde, voor iedereen. Dat wou ik het volgende weekend opnieuw beleven.

Op vrijdagavond begonnen we in de Cherry Moon of La Bush, maandagmiddag eindigden we in de Boccaccio of de Balmoral. In het gezelschap van mijn oudere vrienden raakte ik overal zonder problemen binnen. Alles kon en mocht in de jaren 90. Overal werd geslikt. En ecstasy was nieuw, iedereen wou het uitproberen.”

Begin jaren 90 viert ecstasy, toen ook wel de dancingdrug genoemd, haar hoogdagen. Een pil kost 200 frank (omgerekend 5 euro), nog geen vierde van een gram cocaïne, je slikt het even makkelijk als een aspirientje en het geeft je een buitengewoon goed gevoel. In 1986 verschijnt in het Nederlandse weekblad Nieuwe Revu het eerste artikel over xtc in ons taalgebied, met als kop: `Een nieuw jaar, een nieuwe drug: ecstasy!’ Daarin wordt het beschreven als een uit Amerika overgewaaid roesmiddel `dat de wereld kan veranderen’: de veiligste geestverruimer die ooit heeft bestaan, afkomstig uit medische laboratoria.

De wetenschappelijke benaming luidt 3,4-methyleendioxymethylamfetamine, oftewel MDMA. Hoewel de chemische verbinding van MDMA al in het begin van de 20ste eeuw is ontwikkeld, duurt het tot de jaren 70 voor de juiste dosering wordt gevonden. De Amerikaanse chemicus Alexander Shulgin experimenteert uitgebreid met zichzelf, en besluit dat MDMA `penicilline voor de ziel’ is. Hij bezorgt het aan bevriende psychotherapeuten, die het gebruiken om hun patiënten spraakzamer en minder emotioneel geremd te maken.

Begin jaren 80 slikt Michael Clegg, een katholieke priester uit Dallas met veel psychologen in zijn vriendenkring, het goedje om dichter bij de Heer te komen. Totaal overrompeld door de werking ervan ­ `like Moses on the mountain’ zou Clegg zijn trip beschreven hebben ­ besluit hij de blijde boodschap actief te verspreiden. De geestelijke doopt de chemische samenstelling om tot ecstasy, afgekort tot xtc, naar zijn eigen extatische ervaring, en wordt ‘s werelds eerste xtc-dealer. Dankzij eerwaarde heer Clegg wordt de house- en technoscene van Dallas er gelijk een pak gezelliger op. En wanneer de Amerikaanse overheid MDMA in 1984 op de lijst van verboden middelen plaatst, wordt xtc pas echt populair.

In Europa gaat de zomer van 1988 de geschiedenis in als de Second Summer of Love: Engeland wordt overspoeld door een golf van illegale houseparty’s en Ibiza raakt berucht om zijn hedonistische fuiven. Peter Decuypere herinnert zich hoe hij op het feesteiland voor de eerste keer ­ en ook de enige, benadrukt hij ­ van de zogenaamde lovedrug of liefdesdrug proefde. Vandaag is Decuypere marketingconsultant voor evenementen en festivals, maar als bezieler van onder andere I Love Techno en clubs als de Fuse in Brussel en Fill Collins in Antwerpen geldt hij als één van de peetvaders van het Belgische nachtleven in de nineties.
Decuypere: “Ik ging destijds elke zomer naar Ibiza: dat was de place to be om nieuwe elektronische muziek en clubs te ontdekken, een beetje zoals Berlijn dat vandaag is. Op een feest daar werden gratis cocktails uitgeschonken. Lekker, dacht ik. Bleek dat er MDMA-poeder door die drankjes was gemengd. Dat was toen nog niet illegaal, maar gewoon een hippe nieuwigheid in de clubscene (pas eind 1988 wordt MDMA bij ons verboden, red.). My God, ik wist niet wat me overkwam. Een heel intense beleving, zeker in combinatie met de luide muziek. Ik nam alles veel scherper waar, ik voelde me deel van een community.”

 

Johnny met tapijt 

 

Na die Second Summer of Love verspreidt E, zoals het euforie en empathie opwekkende pilletje genoemd wordt, zich over heel Europa. Omdat bezoekers plots over een eindeloze voorraad energie beschikken, blijven clubs draaien tot de volgende middag en schieten overal afterclubs uit de grond: in ons land zijn dat de Globe in Stabroek, de Balmoral in Gentbrugge en de Carat in Grobbendonk.

Decuypere: “Plots werd het nachtleven dag- én nachtleven. Het publiek had de pupillen wijd open, maar de politie stond er met grote ogen naar te kijken. Ze begrepen er niets van. Xtc-gebruik is heel zichtbaar, maar alleen als je weet waar je op moet letten: de grote pupillen, het sensuele dansen, het zweten, en de tomeloze energie.”

Tegelijk met de opkomst van ecstasy boomen muziekstijlen als house en acid house, techno en de Belgische new beat. Als bakermat van de nieuwe muziek is discotheek Boccaccio in Destelbergen begin jaren 90 een internationaal fenomeen: heel Europa danst in Destelbergen op `The Sound of C’, de bekendste hit van de Belgische newbeatgroep The Confetti’s. Maar de muziek is niet het enige waarvoor de Boccaccio bekendstaat. Als de club in het nieuws komt, vallen vaak de woorden `drugs’, `overlast’ en `politie’.

Decuypere: “De muziek werd niet au sérieux genomen door die link met drugs. De deur op slot doen en iedereen zijn zakken laten leegmaken is makkelijk in een nachtclub. Maar als ze hetzelfde doen in een voetbalstadion, zouden ze óók heel wat vinden, hoor. De Boccaccio was zoveel meer dan drugs: het was het Europese epicentrum van de nieuwe elektronische muziek.”

Als piepjonge dj staat Olivier Tjon, vandaag bekend als organisator van populaire feestconcepten in Gent zoals Free The Funk, Poplife, Lovelife en Goodlife, achter de draaitafels in de Boccaccio. Hij nuanceert.

Tjon: “Drugs en elektronische muziek stonden niet los van elkaar. Luister maar eens naar de hits van toen: weinig tekst, niet veel meer dan `ecstasy’ hier en `trip’ en `acid’ daar. De platenhoezen staan vol met smileys en psychedelische patronen: ook verwijzingen naar xtc. De nieuwe dans- en drugscultuur kristalliseerde in de Boccaccio en voelde voor veel mensen aan als een bevrijding. Jongens die absoluut niet rijk waren, gaven al hun geld uit om daar één of twee keer per week volledig uit de bol te gaan. De meeste mensen gingen niet naar de Boccaccio omdat ze de muziek zo goed vonden, maar omdat het een belevenis was.

Vandaag wordt de Boccaccio vaak door een iets te culturele bril bekeken, terwijl het allesbehalve het avant-gardevolkje was dat daar kwam feesten. Het waren veeleer de johnny’s met een nektapijt en een Bacardi-cola in de hand die kort daarvoor nog op Tina Turner stonden te slowen. De snelheid waarmee ecstasy ook in de dorpszalen doorbrak, was onwaarschijnlijk. In het danscafé van Evergem waar ik altijd Phil Collins en Eurythmics moest draaien, stonden ze binnen het jaar allemaal op industriële beats te springen. Ineens slikte dat vrij conservatieve publiek bollen met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee ze een pint bestelden.”

 

 

Love Parade

 

Nooit eerder heeft een harddrug zich zo gemakkelijk over de verschillende lagen van de bevolking verspreid. Volgens professor toxicologie Jan Tytgat (KU Leuven) heeft het ongeziene succes van xtc vooral te maken met de chemische samenstelling ervan. Hij herinnert zich nog zijn verbazing toen hij zijn eerste ecstasypil analyseerde. Tytgat: “Behalve oppeppend werkt xtc ook bewustzijnsveranderend, wat je met bijvoorbeeld speed en cocaïne niet hebt. Dat komt door het actieve bestanddeel in xtc: MDMA. Dat bevordert niet alleen de afgifte van adrenaline, het stresshormoon dat jou de hele nacht door laat dansen, maar ook de aanmaak van dopamine, het beloningshormoon dat je tevreden stemt en de coördinatie van je spieren regelt, waardoor dansen als vanzelf gaat. Bovendien ga je ook meer serotonine produceren, het gelukshormoon dat je gevoelens verandert en bij een hogere concentratie geestverruimend werkt.

Die combinatie van opwinding, energie en een lichte trip maakte van ecstasy de partydrug bij uitstek. Bij andere drugs lag de klemtoon veel minder op het uitgaansaspect. De populariteit van xtc nam een ongeziene vlucht, en tegelijk zagen we de gemiddelde leeftijd van de druggebruiker dalen. Ik zeg het vandaag nog steeds in mijn lezingen: wie rijk wil worden met een nieuwe drug, maakt best iets wat op xtc lijkt.”

`Een psychedelische amfetamine,’ zo noemt drugsonderzoeker Ton Nabben MDMA. Nabben is criminoloog aan de Universiteit van Amsterdam en leidde in de jaren 90 een groot xtc-onderzoek. In 2010 verscheen zijn boek `High Amsterdam ­ Ritme, roes en regels in het uitgaansleven’.

Nabben: “Met de opkomst van xtc werd een tijdperk afgesloten. De jaren 80 werden getekend door de wereldwijde economische crisis, hoge werkloosheidscijfers en de heroïne-epidemie.Maar toen die crisis eind jaren 80 bedwongen was, brak een optimistisch tijdperk aan. In november 1989 viel de Berlijnse Muur, het kapitalisme had gezegevierd over het communisme, en een jaar later werd de eerste Love Parade georganiseerd. In elke Europese stad werden houseparty’s of raves gehouden in panden die door de crisis leeg waren komen te staan. Daar zorgde de combinatie van een nieuwe muziekstijl, house, met een nieuwe drug, xtc, voor een ongezien elan.

Xtc stond voor hoop en euforie: het pilletje zou wereldvrede brengen, alle mannen zouden casanova’s worden en vrouwen zouden eindeloos veel orgasmes krijgen. In de beginjaren werd uitsluitend in superlatieven over xtc geschreven, niet het minst omdat veel journalisten, die vaak deel uitmaakten van de culturele avant-garde, zelf al eens een pilletje slikten.

Gabbers, bodybuilders, modellen, hiphoppers, artistieke types: je zag ze allemaal op housefeesten. Mensen die je op straat nooit samen tegenkwam, voelden zich allemaal met elkaar verbonden terwijl ze de nacht wegdansten op ecstasy. Nooit eerder werd een drug in zo’n korte tijd zo populair. De betaalbaarheid heeft daar zeker mee te maken, maar we mogen niet vergeten dat xtc ook gewoon ontzettend leuk is: het maakt je sociale contacten en zintuiglijke waarnemingen intenser, alles wordt een tikkeltje magischer. Bovendien is het veel minder verslavend dan bijvoorbeeld cocaïne of speed, waardoor ook mensen die eigenlijk tegen drugs zijn, het weleens willen proberen.”

 

Sneller van bil

 

Omdat het warme gevoel waar gebruikers zo van houden, zich nog het best laat vergelijken met een plotse, hevige verliefdheid, staat xtc bekend als de ultieme liefdesdrug. Maar dat liefde en lust dicht bij elkaar liggen, zeker wanneer je high bent, weet ook Bart. Behalve warmhartig en sociaal wordt hij ook heel geil van een pilletje.

Bart: “Alle remmingen vielen weg: ik stapte gewoon op dat ene meisje af voor wie ik al zo lang een boontje had, terwijl ik in nuchtere toestand dacht dat ik nooit een kans zou maken. Als je geslikt hebt, is er sowieso al meer fysiek contact omdat je erg knufelig wordt. Je legt al eens sneller een hand op een bil en soms komt van het één het ander, hè. Toen ik single was, nam ik geregeld iemand mee naar huis.”

De seksmarathons die hij tijdens zijn xtc-periode hield, herinnert hij zich als `fantastisch’.

Bart: “Je hebt een onvoorstelbaar uithoudingsvermogen, waardoor je langer kunt doorgaan zonder klaar te komen. Maar bovenal geeft ecstasy seks een extra dimensie, alle aanrakingen worden veel intenser. Wanneer je vriendin je pijpt, voelt het alsof twee vrouwen tegelijk aan de slag zijn.”

Dat de liefdesdrug gebruikers erg hitsig kan maken, heeft ook Olivier M. ondervonden. Van 1995 tot 2005 werkte hij als buitenwipper en veiligheidsagent voor bekende clubs als de Fuse in Brussel en de Zillion in Antwerpen, en kleinere danscafés zoals de Square in Lennik.

Olivier M.: “In de Zillion ging het er erg extravagant aan toe. Topless vrouwen stonden elkaar op de dansvloer af te likken en iedereen stond heel uitdagend te dansen. Typerend voor xtc-gebruikers, want als je geslikt hebt, voel je je de queen of the dancefloor. Ik heb toen de gekste voorstellen gekregen, maar ik ben daar nooit op ingegaan. Ik heb een heel mooie vriendin met wie ik al twintig jaar gelukkig samen ben.”

Als de gemoederen verhit raakten, namen veel koppeltjes hun toevlucht tot de toiletten of de parking.

Olivier M.: “Als ik tijdens mijn ronde met de hond een wiebelende auto met aangedampte ruiten zag, kon ik het nooit over mijn hart krijgen de pret te verstoren. Maar als de toiletdame klaagde dat mensen te lang op het toilet bleven, moest ik de deur wel forceren. Er kon daar ook iemand bewusteloos liggen, hè.”

 

Nerveus kauwen

 

Naarmate de jaren 90 vorderen, duikt aan zo goed als elke Vlaamse steenweg een dancing op, en in de steden opent de ene club na de andere de deuren. Het door ecstasy uitgerekte nachtleven is big business geworden, en uitgaan een levensstijl. Olivier M. herinnert zich die tijd als `chaotisch’.

Olivier M.: “Bij coke kon ik nog om hun bankkaart en identiteitskaart vragen aan de ingang. Ik wreef daarmee over mijn zwarte jas en als er witte strepen achterbleven, wist ik meteen hoe laat het was. Bij ecstasy kon ik alleen afgaan op hun gedrag. Wanneer ik iemand met buitengewoon veel energie en ogen zo groot als koplampen zag, probeerde ik in te schatten of die daar was om plezier te maken of om ambras te zoeken. Mannen die in hun eentje kwamen en nerveus stonden te kauwen, gingen ofwel achter de grieten aan, ofwel waren het dealers. Ook wie overdreven vriendelijk was, wou waarschijnlijk naar binnen om drugs te verkopen. Dealen was toen echt easy money: alleen al in Halle waren er een honderdtal dealers actief.”

Ook Bart ontdekte dat xtc verhandelen een handige manier was om zijn wekelijkse gebruik te bekostigen en tegelijk een mooie duit bij te verdienen.

Bart: “In de jaren 90 ging ik vaak uit in Limburg, waar je toen veel drugslabs had. Daar kwam ik toevallig een jongen tegen die met die labs bleek samen te werken. Als ik bij hem een grote voorraad kocht, betaalde ik minder dan 10 frank per pil (25 eurocent, red.). Die verkocht ik dan door voor 200 frank per stuk (5 euro, red.).

Ik herinner me nog hoe ik op een paadje in de Haspengouwse velden moest wachten tot iemand bij mij in de auto stapte. De transactie duurde amper een minuut, daarna verdween hij weer. Ik heb er nooit problemen mee gehad, waarschijnlijk omdat ik op tijd ben gestopt.”

Voor dealers gold een nultolerantie in de discotheken en de danscafés, maar niet voor consumenten, geeft Olivier M. toe.

Olivier M.: “We moeten daar eerlijk in zijn: wij verdienden goed onze boterham als de mensen bleven tot de boîte sloot: zonder xtc gingen ze om drie uur moe naar huis. Het spul maakte hen ook vrijgevig: ik kreeg absurd grote fooien en ik werd voortdurend getrakteerd. Iedereen zag mij graag: we waren one big love and peace family (lacht).”

 

Dinsdagdip

 

Xtc mag dan weinig lichamelijk verslavend zijn, de feestdynamiek die de drug teweegbrengt, is dat wel.

Tjon: “Als dj is het best fijn als een groot deel van je publiek aan de bollen zit. Zo enthousiast en uitgelaten zijn veel mensen niet uit zichzelf. Maar dat is ook het gevaarlijke aan xtc: op den duur kun je niet meer uit de bol gaan zonder.”

Bij Bart werd één pilletje per avond al snel een paar pilletjes, tot hij wel acht xtc-tabletten nodig had om zich even extatisch te voelen als de eerste keer: zijn lichaam was eraan gewend geraakt.

Bart: “Ik was gewoon verslaafd, zonder drugs kon ik me niet meer amuseren. Ik ging ook spul combineren, op zoek naar nieuwe highs. Wist ik veel dat dat gevaarlijk kon zijn. Eén keer combineerde ik speed met een ampul efedrine (een middel dat aan astmapatiënten wordt gegeven om de luchtwegen te verwijden, red.) die ik uit de voorraad medicijnen van mijn vader ­ hij werkt in een ziekenhuis ­ had gestolen. Ik had ergens gelezen dat efedrine oppeppend werkt. Maar mijn hart ging in overdrive en bleef zelfs even stilstaan. Toen ben ik voor het eerst op intensieve zorg beland ­ dat komt ervan als je niet weet waar je mee bezig bent.”

Ondanks zijn hartaanval verminderde Bart zijn gebruik niet. Maar elke high op de dansvloer betaalde hij een dag of twee later cash met de zogenaamde Tuesday blues of `dinsdagdip’: een korte maar hevige depressie die het gevolg is van een door de xtc uitgeputte serotoninevoorraad.

Bart: «Door de week liep ik altijd wat geïrriteerder rond. Ik kan me inbeelden dat ik niet altijd even aangenaam was voor mijn omgeving. Maar tegen het weekend ebde dat gevoel weg en kon ik er weer tegenaan gaan.»

Ook Olivier Tjon maakte de minder mooie nasleep van de euforische roes van dichtbij mee.

Tjon: “Ik heb veel mensen door het lint zien gaan door overmatig gebruik, ook collega-dj’s. Als de clubs sloten, gingen die gasten gewoon door. Dan kreeg je toestanden zoals een papa die na een mislukte kopstand door de glazen salontafel viel, terwijl zijn peuterzoontje in de kamer ernaast met de Duploblokken aan het spelen was.”

Xtc heeft de reputatie een liefdesdrug te zijn, maar je kunt er ook melancholisch dan wel licht ontvlambaar van worden.

Olivier M.: “Als je gelukkig bent, voel je je fantastisch na een pilletje. Maar als het net uit is met je vriendin of je bent je job kwijt, dan gaat het mis. Door de xtc heb je veel energie en ben je heel emotioneel. Je denkt niet na als je in actie schiet: bij ruzies werd destijds al snel een ijzeren staaf of een bus pepperspray uit de auto gehaald. Veel disputen gingen over meisjes: als die ook een pilletje hadden gepakt, werden ze losser, en dat was niet naar de zin van hun vriendjes (lacht).”

Ook de hallucinogene bijwerkingen van ecstasy kunnen de discotheekbezoekers parten spelen.

Olivier M.: “`Iedereen is tegen mij!’ Zo heb ik er toch een paar uit de Fuse zien stormen. Ze waren totaal paranoïde geworden omdat ze geen gelaatsuitdrukkingen meer konden waarnemen. Ze zagen alleen nog schaduwen, waardoor het leek alsof iedereen boos naar hen keek. Maar het grootste probleem was dat de meesten xtc combineerden met alcohol, véél alcohol. In de Fuse moest de ambulance elk weekend langskomen.”

 

F.C. De Kampioenen

 

Samen met de pillenconsumptie piekt medio jaren 90 ook het aantal dodelijke verkeersslachtoffers. Nooit eerder zag ons land zoveel weekendongevallen, veroorzaakt door jonge feestvierders die onder invloed over de weg razen. Bart was één van hen.

Bart: “Ik herinner me nog dat de snelweg vóór mij lichtjes op en neer golfde, zoals de zee. Ik dacht dat ik alles onder controle had, want ik kon me goed concentreren, maar achteraf besefte ik dat dat toch niet klopte. Je hoort één rechte baan te zien, geen golven.”

Toen hij als jonge twintiger toch een keer de controle over het stuur verloor na een nachtje stevig stappen, reed hij niet alleen zijn eigen auto, maar ook die van twee tegenliggers total loss. Een vriendin die naast hem zat, liep ernstige verwondingen op. Bart moest opdraaien voor alle schade, want de verzekeringsmaatschappij wilde niets vergoeden.

Bart: “Dat was de wake-upcall die ik al veel eerder had moeten krijgen. Sindsdien ben ik gekalmeerd: ik ben op eigen houtje met xtc gestopt en ik kruip niet meer achter het stuur als ik onder invloed ben.”

Intussen ging de politie steeds repressiever te werk. Met razzia’s op discotheken hoopte ze het drugsgebruik en het aantal weekendongevallen onder controle te krijgen. Olivier Tjon was aan de slag in de afterclub Balmoral in Gentbrugge toen de politie er binnenviel.

Tjon: «Er kwamen tien mannen binnen die er helemaal anders uitzagen dan de rest van het publiek. Maar voor ze zich in die pikdonkere, propvolle keet een weg tot bij de dj hadden gebaand om de muziek te laten stilleggen, had iedereen al lang zijn zakken leeggemaakt. De vloer lag bezaaid met drugs, maar niemand kon opgepakt worden. Heel klungelig was dat, net `F.C. De Kampioenen’. En die clubbers maar boe roepen, terwijl de politie zonder microfoon duidelijk probeerde te maken dat iedereen in een rij moest gaan staan. Een echte klucht (lacht).”

Eind 1994, na een lang juridisch steekspel tussen de clubeigenaar en de gemeente, gaf de toenmalige burgemeester van Destelbergen, Roger Gijselinck, het bevel om de Boccaccio te sluiten.
Gijselinck: “De discotheekgangers bezorgden de buren ontzettend veel overlast: ze versperden de straten, braken afsluitingen af en vernielden brievenbussen ­ en dat van zaterdag tot maandag. Maar de overlast is niet de enige reden waarom ik de tent heb laten sluiten. De Boccaccio was niet in orde met de brandveiligheid. We hebben de eigenaar daar verschillende keren op gewezen, maar hij trok zich daar niets van aan. Net zoals toen ze mij hadden beloofd om vijf uur ‘s ochtends te stoppen: ze deden vrolijk verder tot de middag.”

In de clubs die wel nog open mochten blijven, werd eind jaren 90 een steeds strenger beleid gehanteerd. Ook de drugsgebruikers werden stevig aangepakt.

Olivier M.: «We gingen meer fouilleren en we vroegen mensen sneller om hun zakken leeg te maken. Stootte je op een zakje met tien pillen, dan wist je dat je met een gebruiker te maken had; waren het er honderd, dan was het een dealer. Gebruikers werden aan de deur gezet, bij dealers belden we de politie.”

De discotheken zagen de bezoekersaantallen zienderogen slinken, maar Olivier M. gelooft dat de extra controles nodig waren.

Olivier M.: “Als mensen niet stierven aan een overdosis, dan wel in een auto-ongeluk. Ook een kennis van mij is verongelukt op de terugweg van de Boccaccio: de bestuurder had ecstasy geslikt.”

Toen de politie rond de eeuwwisseling speekseltesten aan de uitgang en op de parkings van discotheken begon uit te voeren, bleven de bezoekers helemaal weg. De mensen gingen liever op privéfeesten uit de bol. De gouden tijd van de steenwegdancings en de megadiscotheken was voorbij, en de populariteit van ecstasy nam een duikvlucht.

Nabben: “Net zoals de wilde jaren 60, waarin jongeren experimenteerden met vrije liefde en lsd, werden gevolgd door een repressief tijdperk, brak na de excessen van de jaren 90 een periode aan waarin veiligheid en gezondheid centraal stonden.

In de loop van de jaren 90 was het uitgaanscircuit gigantisch geworden en xtc werd er een mainstream roesmiddel ­- het nieuwe cannabis, zeg maar. Maar weinig gebruikers waren goed geïnformeerd, waardoor er veel ongelukken gebeurden en er zelfs doden vielen. Dat gaf de drug een slechte naam, terwijl het aantal slachtoffers verwaarloosbaar was in vergelijking met wat alcohol aanricht.”

Tytgat: “De meeste slachtoffers vielen door een overdosis van allerlei amfetaminevarianten, niet door xtc. Veel mensen dachten dat ze xtc slikten, terwijl ze pillen met veel gevaarlijker stoffen hadden gekocht. Zo zat in veel tabletten PMA (paramethoxyamfetamine, red.), een stof die de werking van MDMA nabootst, maar trager op gang komt, waardoor je sneller naar een extra pilletje grijpt en zo een overdosis riskeert. Toen in België eind jaren 90 de eerste PMA-slachtoffers vielen, bedroeg hun rectale temperatuur enkele uren na het overlijden nog steeds 39 graden. Sterven aan oververhitting is vreselijk: je brandt jezelf op vanbinnen, tot je doodvalt.”

 

Luister hier naar de xtc-playlist.