‘Keine Angst. Alles ist okay’

 

Afwisselend wonend in Brussel en Berlijn, is Jana Antonissen vertrouwd met de legendarische ‘cool’ van de Berliners. Zelfs na de aanslag van maandag kabbelde het dagelijkse leven al snel rustig verder, merkt ze in het straatbeeld en bij de mensen thuis. “Onverschillig? Nee, dit is the Berlin way.”

 

“Safe. Safe. Safe. Safe!!!!”

Voor de vierde keer in een dik jaar tijd klik ik Facebook open om te zien hoe verschillende vrienden melden dat ze veilig zijn na De Aanslag. Na Parijs, Brussel, en Nice heeft de terreur nu ook in Berlijn toegeslagen. Niet opnieuw, denk ik. Toch niet hier, denk ik er meteen achterna, de hoofdstad waar ik me zoals nergens anders op mijn gemak voel.

Na vijf jaar van verschillende verhuispartijen, woon ik vandaag afwisselend in Brussel, waar ik voornamelijk werk, en Berlijn, waar mijn vriend voornamelijk werkt.

Toen afgelopen voorjaar bommen ontploften in Brussel was ik in Berlijn; op het moment dat een vrachtwagen met gedoofde lichten glühwein drinkende mensen doodreed, bevond ik me in Brussel. Telkens was ik aangewezen op sociale media om te ontdekken hoe het mijn vrienden ter plekke verging.

 

‘Pic or it didn’t happen’

 

Hoe meer ik in maart over de aanslagen op de luchthaven van Zaventem en de metro in Maalbeek las, hoe meer zorgen ik me maakte. Maar nu ik lees over de kerstmarkt in Charlottenburg, een rijke, ietwat saaie buurt in West-Berlijn, bespeur ik bij mezelf een bizarre geruststelling, waarvan ik nog niet zeker weet of ze wel terecht is.

Of zoals een kennis het op Facebook zonder omwegen verwoordt: “I know hipsters don’t go to central Berlin, but ARE YOU HOES OK??”

“Je vriend lijkt me niet echt het kerstmarkttype”, probeert ook mijn huisgenoot in Brussel wanneer ik mijn lief niet direct kan bereiken. Uiteindelijk blijkt mijn vriend toevallig toch vlak bij de plek van de aanslag te zijn, maar na wat over en weer sturen in onze WhatsApp-groep, blijken al mijn vrienden ongedeerd te zijn.

Wanneer ik de volgende middag in Berlin-Schönefeld land, ben ik verbaasd dat er op enkele rondbuikige politiemannen na niets van ­verhoogde veiligheidsmaatregelen te bespeuren valt op de luchthaven. Na meer dan een jaar van voortdurende terreurdreiging in Brussel ben ik gewend geraakt aan militairen met machinegeweren in het straatbeeld.
Ook op de volle U-Bahn lijkt het wel alsof er niets bijzonders gebeurd is, heel anders dan de bedrukte sfeer die tot wel een maand na de aanslagen in de Brusselse ondergrondse hing. Natuurlijk gaat de vergelijking niet helemaal op aangezien er in Berlijn geen bom ontploft is in de metro, maar het valt op hoe kalm iedereen zich gedraagt terwijl de politie twijfelt of ze met een 23-jarige Pakistaanse vluchteling wel de juiste man heeft opgepakt.

Elk gezicht waar ik mijn blik iets te lang aan vasthaak, werpt me vandaag in plaats van een norse frons – Berlijners staan niet bepaald bekend als een erg goedgezind volk – een glimlach toe. Alsof ze meespelen in een advertentie voor de BVG, het Berlijnse stadsvervoerbedrijf dat als slogan Weil wir dich lieben, omdat we van je houden, hanteert.

Ik stap uit aan Ku’damm in Charlottenburg. Met zijn 3,5 kilometer aan chique warenhuizen, prijzige cafés en allerhande tourist traps is de Kurfürstendamm de grootste winkelboulevard van de stad, een beetje zoals de Louizalaan in Brussel maar dan ambitieuzer.

Nog geen honderd meter verderop reed ­gisteren een gestolen vrachtwagen in op een, zich op Kerstmis verheugende, mensenmassa, ­vandaag worden hier druk de laatste inkopen gedaan terwijl de lichtversiering boven de brede straat vrolijk twinkelt.
Bloemen en kaarsen herinneren aan de aanslag op de kerstmarkt. ©Bas Bogaerts
Aan het einde van de boulevard bevindt zich de Breitscheidplatz met de Kaiser-Wilhelm-Gedächtnis-Kirche. De neoromaanse kerk gebouwd in opdracht van Keizer Wilhelm II geraakte tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd door een luchtbombardement, maar de ruïne bleef staan als herdenkingsmonument voor de vrede. Dat uitgerekend de kerstmarkt voor deze kerk het doelwit van een terroristische aanslag werd, valt op zijn minst symbolisch te noemen.

Alle houten chalets die op hun uithangborden ‘Gemütliche Herrlichkeiten’ beloven, zijn gesloten, de straten rondom afgezet door zwaarbewapende politie; het Duitse leger mag omwille van de gevoelige geschiedenis niet in eigen land ­ingezet worden. De gecrashte vrachtwagen en alle brokken die die heeft veroorzaakt, zijn net weggehaald.

Op verschillende plaatsen hebben mensen bloemen en knuffels neergelegd, groeit de zee van waxinelichtjes gestaag. Een beeld van goedbedoeld, maar machteloos medeleven dat ik het voorbije jaar iets te vaak gezien heb, maar waar veel mensen na zulke onbegrijpelijke geweld­dadigheden behoefte aan hebben. Zo bekijken de meeste toegestroomde nieuwsgierigen de rouwplek in de eerste plaats door hun smartphone. Pic or it didn’t happen.

 

Huilen als leeuwen

 

“We waren naar Berlijn gekomen omdat we al zo veel gehoord hadden over de legendarische vrijheid in deze stad, en dan gebeurt dit! Wij maken ons grote zorgen”, vertelt een Italiaans koppeltje aan een reporter.

Wanneer ze zich omdraaien, worden ze door een andere nieuwsploeg op de schouder getikt, of ze hun verhaal nog eens opnieuw willen doen? Ze knikken. De jongen haalt een hand door zijn haar, het meisje stift snel haar lippen bij.

Vanuit de kerk weerklinken de eerste tonen van ‘Wie soll ich dich empfangen?’ uit het Weihnachtsoratorium van Bach. De herdenkingsmis begint.

Ik wurm me naar binnen en weet een van de laatste vrije plekjes te bemachtigen. De kerk is volgepakt met voornamelijk oudere Duitsers. Naast mij zit Klaus Andreas (57), hij woont in Königs Wusterhausen, een stadje net ten zuiden van Berlijn, en werkt in het Estrel Hotel op de Sonnenallee in Neukölln, waar vroeger De Muur de stad in twee verdeelde.

Gisteren was hij samen met zijn collega’s naar de kerstmarkt hier op de Breitscheidplatz gekomen om na het werk gezellig samen een glühweintje te drinken. Na één drankje wil zijn vriendin een film bekijken in Zoo Palast, de bioscoop aan de overkant van de straat: ze voelt zich niet op haar gemak in zo’n grote mensenmassa. Klaus stelt zijn bazin en haar man voor om mee te gaan, maar die slaan het aanbod vriendelijk af. Wanneer ze in de hal van de cinema aanschuiven om een kaartje te kopen, horen ze plots een ­oorverdovend lawaai. Ze lopen naar buiten.

“In het midden van de straat vlak voor ons stond die grote vrachtwagen met een kerstboom in zijn voorruit, errond lagen overal mensen op de grond. Ik begreep meteen wat er gebeurd was. ‘Niet kijken’, riep ik naar mijn vriendin. Maar ze deed het toch.

“Ik wilde gaan helpen, maar mocht niet. De hulpdiensten hadden alles ontzettend snel afgezet. De gewonden schreeuwden het uit, huilen als leeuwen deden ze. Dat geluid krijg ik niet meer uit mijn hoofd.”

Zijn bazin en haar man overleefden de aanslag niet, zegt hij. “Waren ze maar met mij meegekomen. Na ja, jut, die krijgen we niet meer terug”, besluit Klaus kalm in zijn sappig accent.

Hij is wel boos, hoor, benadrukt hij. “Ik begrijp gewoon niet waarom iemand zoiets zou doen. Wat hebben wij misdaan? Misschien moet Merkel toch niet zomaar iedereen Duitsland inlaten. Ja, ik ben bang. Het kan evengoed morgen opnieuw gebeuren op Alexa (Alexanderplatz, red.). Ik blijf voorlopig thuis.”
Wie niet van plan is zijn gedrag aan te passen, is Johannes Näumann (50), al bijna veertig jaar in Berlijn.

“Mijn vrouw had gisteren met enkele vriendinnen op de kerstmarkt afgesproken, maar toen het nieuws over de aanslag me bereikte, kon ik me niet meer herinneren op welke ze juist was: Berlijn heeft zoveel kerstmarkten. Dat was schrikken, voor het eerst kwam terreur zo dichtbij. Maar ik denk niet dat dit de stad zal veranderen, daar is toch meer voor nodig.”

Wel is Johannes ervan overtuigd dat door deze aanslag de nationale kritiek op de sociale vluchtelingen­politiek van de Bundeskanzlerin alleen maar zal toenemen, en bijzonder scherp kan worden.

“Ik bewonder Frau Merkel erg voor haar standvastigheid en ik geloof dat het de juiste beslissing was om zoveel vluchtelingen op te nemen. Je kunt al die mensen toch niet zomaar wegsturen, waarheen dan? Maar ik vind wel dat ze de uiteindelijke opvang niet goed gecoördineerd heeft. Eenmaal al die vluchtelingen in Berlijn toegekomen waren, ging het er vrij chaotisch aan toe.

Aan elk gemeentehuis stonden eindeloze wachtrijen, de voorziene centra bleken te klein om iedereen te slapen te leggen. De regering heeft te veel op vrijwilligers gerekend om de boel voor hen op te lossen. Toch hoop ik dat Merkel komende september de verkiezingen wint. Wat is ons alternatief?”

 

Eigen realiteit

 

Ondertussen heeft IS de aanslag opgeëist en heeft de politie de Pakistaanse asielzoeker vrijgelaten wegens te weinig bewijslast. Maar dat weet ik alleen omdat ik elk uur op mijn telefoon de startpagina’s van verschillende nieuwssites refresh.

Tijdens mijn metrorit van west naar zuid domineert de naderende kerstvakantie de gesprekken. Met kerst organiseren veel clubs in Berlijn een aangepaste feestmarathon: welk feestje te kiezen komend weekend is voor veel Berliners een relevantere vraag dan waar de ­terrorist van Breitscheidplatz nu uithangt.

Dat de jongere generatie beduidend minder met de aanslag bezig is, merk ik ook wanneer ik ’s avonds met enkele vrienden aan tafel schuif in Neukölln.

Nog niet zo erg lang geleden was Neukölln een verloederde buurt waar enkel Turkse gastarbeiders woonden, maar naarmate steeds meer ­studenten, kunstenaars en vervolgens ook buitenlandse kapitaalkrachtigen zich er vestigden, ­gingen gentrificatiegewijs ook de huurprijzen de hoogte in. Desondanks is het naar Belgische ­normen nog steeds een erg betaalbare buurt met veel immigranten.

Ik breng er veel tijd door, het grootste deel van mijn vrienden woont er en het barst er van de gezellige, pretentieloze bars. Geregeld loop ik er ’s nachts rond, en ook alleen en in minirok ben ik er nog nooit lastiggevallen. Heel anders dan in Brusselse buurten met een hoog percentage ­weinig bemiddelde immigranten zijn Femme de la rue-toestanden hier eerder uitzondering dan regel.
Vanavond eet ik lasagne op een strandstoel, terwijl zich in de eetkamer een steeds dikker ­wordende wolk van sigarettenrook optrekt. Voor deftig gedoe hoef je niet in Berlijn te zijn.

Jonas Duesentrieb (23), afkomstig uit Zuid-Duitsland, en Giulia Ricciotti (32), uit Italië, ­hebben gekookt. Pas wanneer ik erover begin, wordt aan tafel over de aanslag gesproken.

“Gisteravond schreeuwde een oude vrouw me vanaf haar balkon toe dat we gek waren om de straat op te gaan terwijl er buiten een gevaarlijke terrorist rondliep. ‘Jaja, ist doch egal’, dacht ik”, vertelt Jonas.

“Ergens hoopte ik dat we hier in Berlijn gespaard zouden blijven doordat iedereen hier veel meer ontspannen met elkaar samenleeft dan bijvoorbeeld in Parijs. Maar er zijn de laatste tijd zo veel verschrikkelijke dingen gebeurd… Ik creëer liever mijn eigen realiteit met de mensen om me heen”, meent Giulia.

De gelatenheid waarmee de meeste stedelingen op de aanslag reageren, mag volgens Jonas niet verward worden met onverschilligheid. “Dit is gewoon the Berlin way. Ik voel me eerder bedreigd door de stijgende huurprijzen dan door terroristen. Je mag ook niet vergeten dat IS al veel meer moslims vermoord heeft dan westerlingen. Ik geloof niet dat dit voorval erg zal polariseren. Hier in Neukölln zijn we niet bang van elkaar.”

 

‘Maximal unbeeindruckt’

 

De volgende ochtend schalt Radio Paradiso vrolijk door de keuken van het ruime appartement dat mijn vriend en ik delen met een hippiekoppel op leeftijd in Kreuzberg, net naast Neukölln.

De voorpagina’s van Berliner Zeitung, Die Welt, en Der Tagesspiegel ogen bijzonder ingetogen met beelden van rouwende Berlijners en oproepen tot verbondenheid. Alleen sensatiekrant Bild pakt uit met een paginagroot ‘Angst!’

“Ach ja, daar leven zij natuurlijk van”, zucht Margot Welsch (57) terwijl ze de krant van me overneemt. Margot is geboren en getogen Kreuzbergerin, een van de weinige Berliners die ook in Berlijn geboren is.

“Ik was geschrokken dat het zo dichtbij gebeurde, maar ik voel me nog steeds even veilig. Na ja, ik heb vroeger nog in m’n eentje in Mexico-City en Guatemala gewoond. Ik ben nu eenmaal niet zo snel bang.”

Het grootste gevaar zien zij en haar Ierse man John Campbell (68), in Berlijn sinds begin jaren 90, eerder in de politieke gevolgen van de aanslag. “Wij vinden natuurlijk dat je iedereen moet ­helpen, peace and love en zo. Maar nu al zie je dat ook de meer gematigde conservatieven het Duitse immigratiebeleid willen verstrengen. Terwijl dat er eigenlijk niets mee te maken heeft: als terroristen hier een aanslag willen plegen, doen ze dat sowieso, of wij nu veel vluchtelingen opnemen of niet. Ik ben er vrij zeker van dat er nog aanslagen zullen volgen in Duitsland.”
Margot gelooft niet dat het zo’n vaart zal lopen. “We zijn wel wat crisissen gewoon hier: Berlijn heeft de Tweede Wereldoorlog, de Luftbrücke en de Koude Oorlog overleefd. Ik ben opgegroeid met de voortdurende dreiging dat de Russen West-Berlijn konden innemen. Daar is uiteindelijk ook niets van in huis gekomen.”

Hoezeer gelatenheid de Berlijners in de genen zit, vat Der Spiegel Online mooi samen in een ­opiniestuk: “Terwijl Amerikanen bij rampen en terreur gezamenlijk in opstand komen en de Fransen zich hun republikeinse trots verzekeren door extra luid de Marseillaise te zingen, reageren Berlijners blijkbaar zoals ze altijd reageren wanneer ergens iets aan de hand is: ze tonen zich maximal unbeeindruckt (allesbehalve onder de indruk, red.)

Geen betere buurt dan Neukölln om te peilen of de moslimgemeenschap even rustig blijft bij de aanslag die in naam van hun godsdienst gepleegd werd. Neukölln, waar koffiebars die flat white met amandelmelk schenken broederlijk de gevel delen met schimmige gokkantoren en telecomzaakjes.

Op de hoek van de Hermannstrasse en de Flughafenstrasse zit Lebanon Falafel. Je kunt er voor één euro falafel en shoarma eten bij Ahmad (50), altijd in voor een praatje, ongeacht de ­wachtrij in zijn goed boerende zaak.

 

Zwijn

 

“Ik hoop dat ze dat zwijn snel oppakken”, gromt de anders zo goedlachse kleerkast terwijl hij extra veel pikante saus op mijn falafel kletst. Na 42 jaar in de Duitse hoofdstad voelt hij zich meer Berliner dan Libanees. Jazeker, hij is moslim, maar vijfmaal per dag bidden en ook vasten doet hij niet. “Iedere mens maakt zelf zijn rekening, dat hoeft niemand in mijn plaats te doen. Wie mensen vermoordt, is geen moslim. De islam is een vredelievende godsdienst. Weet je, de dag voor de aanslag in Parijs zijn ook in Beiroet bommen ontploft. War ja auch scheisse, maar daar heb ik in de media hier niet veel over gehoord.”

Ahmad is bang, zegt hij. “Mijn kinderen mochten sowieso niet naar zo’n kerstmarkt van mij, veel te gevaarlijk. Maar ik maak me vooral zorgen over hoe dit het samenleven in de stad zal beïnvloeden: ik wil niet dat mijn dochters lastiggevallen worden omdat ze een hoofddoek dragen.”

De actuele discussies over ingeperkte immigratie en meer bewakingscamera’s op openbare plekken volgt hij op de voet. Hij is een groot voorstander van een strikter beleid. “Ik zeg altijd: vertrouwen is goed, controle is beter.”

Voor wie het in Duitsland ook allemaal wat strenger mag, is de Koerd Murad (25). Samen met zijn broer houdt hij zeven dag op zeven, zestien uur per dag, Späti International op de Weserstrasse open. Hun nachtwinkel geniet in de buurt een ware cultstatus: niet alleen omdat ze ook overdag geopend zijn, maar vooral omdat je er een halve liter Augustiner voor 1,40 euro kunt drinken in het gezellig groezelige lokaaltje achteraan de zaak .

Twee jaar geleden kwam Murad met zijn Schengenvisum via Griekenland naar Berlijn. Hij en zijn broer hadden Istanbul verlaten omdat ze de treiterijen van Erdogan beu waren. Hun ouders wonen er nog steeds.
“Ik wilde vrij zijn, niet voor het minste de gevangenis in vliegen. Na wat googelen, leek Berlijn mij dé stad waar iedereen kon zijn wie hij wilde zijn. Dáár moest ik heen. Iedereen kan hier een mooi leven leiden, maar je moet er wel voor werken.”

Dat iemand in de naam van zijn godsdienst nu ook hier mensen heeft gedood, vindt hij verschrikkelijk. “IS heeft niets met de islam te maken, verstehst du meine? God zit in iedere mens, wij zijn allemaal gelijk.” Maar voor Murad kwam de aanslag niet als een verrassing. Hij vindt dat Merkel zich te gastvrij heeft opgesteld.

“Ze heeft te veel probleemzoekers een pas gegeven. De laatste tijd heb ik hier nogal wat gezien: zakkenrollers, dronkenlappen, geweldplegers. Die horen hier allemaal niet thuis. Iedereen die aankomt, moet gewoon Duits leren en gaan studeren of werken, klar. Mogelijkheden genoeg om aan geld te komen, desnoods ga je maar leeggoed verzamelen op straat.”

Murad is gelukkig in Berlijn, hij wil er zich graag settelen. Hij droomt ervan ooit een Duitse vriendin te hebben. “Die zijn mooi, slim en als ze snel praten klinkt het bijna als miauwen.”

De deurbel klingelt. Twee blonde meisjes in lange zwarte jassen komen binnen. Ze nemen elk een pintje uit de koelkast en wandelen naar de kassa. Wanneer de kleinste van de twee haar portefeuille zoekt, glipt het pintje van tussen haar vingers. Ze slaakt een kreetje, maar haar vriendin vangt het glazen flesje op net voor het de vloer bereikt.

Murad lacht hen breed toe. “Keine Angst, alles ist okay.”